Tijdens een donkere, koude nacht stonden twaalf bezorgde mensen voor het gebouw waar het laatste echte "community"-radiostation van Oakland (1) gevestigd was. Zes van hen waren trouwe fans van het middengolf-station KDIA, dat uitzond voor het voornamelijk afro-amerikaanse publiek in de buurt.
Daarnaast waren er zes aktivisten c.q. programmamakers van Free Radio Berkeley (2), een andere "community"- zender in de Bay Area, die hun steun kwamen verlenen. De groep stond daar die avond om te protesteren tegen het opkopen door Disney van KDIA, een lang bestaande, vaste factor in de wijk, en misschien wel de laatste hoop van de Bay Area op een toegewijde, interactieve community-radio.
KDIA zond al 40 jaar uit, en was voor Oakland en de omliggende gebieden de enige bron van bad ass funk en soul uit het verleden en voor de toekomst.
Het was niet ongewoon luisteraars uit drie verschillende generaties live met elkaar te horen praten op KDIA. Elke zondagochtend werden er gebedsdiensten uitgezonden en gospelmuziek vanuit de plaatselijke kerken. Er werd op de radio verteld waar mensen eten konden halen, als ze hongerig waren en geen geld hadden. Maar bovenal had KDIA een oprecht en zinvol contact met de buurt, en de buurt hield ook van de radio. Geen enkel radiostation kan tegenwoordig waarmaken wat KDIA bereikt had.
Disney wilde het radiostation echter niet met rust laten. Afgelopen december kocht Disney KDIA op, en begon meteen radiouitzendingen te maken die vielen onder Disney's definitie van kinderprogrammering. Dit terwijl de FCC (3), die belast is met het verdelen van de radiofrequenties in het belang van het publiek, rustig een andere kant op keek.
Dit initiatief van Disney is helaas niet nieuw. Het mediamonster Disney koopt in heel Californië en daarbuiten AM en FM radiozenders op; in het laatste anderhalf jaar hebben ze maar liefst 15 zenders opgeslokt.
Dus zaten de zes luisteraars en zes aktivisten daar, op een koude, vochtige avond voor de studio van KDIA. Ze hadden een twintig-watt zender op de stoep neergezet.
D.J.'s die in en uit liepen keken nauwelijks naar het obstakel op het trottoir. Ons gepraat werd af en toe overstemt door passagierstreinen en goederenwagons, die sissend en fluitend voorbijreden. Onder een boom hadden we een kleine draagbare radio neergezet, trouw afgestemd op KDIA, en we luisterden naar Funkadelic en Al Green terwijl we wachtten op het aftellen. Om middernacht zou Disney de zender overnemen.
De loyale fans van KDIA schilderden plakkaten en posters, en plakten ze op de bakstenen muur van de KDIA studio. Er stonden slogans op, zoals What about us, Disney? en Don't drown out our community!
De nieuwsmedia kwamen langs, ze stelden ons rare vragen en staarden naar ons met lege, onbegrijpende blikken. Ze trokken hun neus voor ons op terwijl ze hun microfoontjes naar ons uitstaken, en ze schenen met fel licht in onze ogen. We zaten op de grond en wachtten, terwijl onze tenen bevroren. We aten samen nacho's en pinda's, en floten mee met onze zender. We dansten op het trottoir. We zwaaiden naar auto's, en ze toeterden terug. We haatten Disney, en ik weet zeker dat zij ons ook haatten. We wachtten tot ze kwamen opdagen, om kapot te maken wat er van de radiogolven was overgebleven.
Maar ze kwamen niet opdagen.
We kwamen er later achter dat ze door middel van doorstraaltechniek de uitzending hadden overgenomen, vanuit hun zender in Dallas, Texas. Een heel eind weg. Zelfs niet één grijs-verpakte manager van Disney kwam langs.
Het beste van KDIA was dat ze, ondanks het feit dat ze een commercieel station waren, dit niet tot het hart van hun zender lieten doordringen. Ze zonden reclames uit voor lokale restaurants en schoonheidssalons, ook af en toe reclame voor grote bedrijven, maar dit bleef strikt beperkt tot de commerciële breaks. Het had geen invloed op de programmering, of op de afzonderlijke stijl van de D.J.'s, of op de muziek die gedraaid werd. De reclames waren zo elegant als mogelijk was. KDIA had een unieke stijl en smaak. Je kon er naar luisteren terwijl je buiten, onder een afdakje voor je huis, onderuitgezakt op een bank voor je uitstaarde naar de bomen, en je kreeg het gevoel dat er iemand bij je in de buurt was.
KDIA was niet koud en steriel zoals een stuk tandartsgereedschap, zoals veel commerciële top-40 stations zijn, met hun electronische stemmen en stenen harten. KDIA was als oude sokken (4), een relaxte en goed geïnformeerde radiozender, een die haar luisteraars goed kende, en de luisteraars kenden haar. Het was typerend voor Disney om haar met een pikhouweel neer te steken en het bloed en leven eruit te zuigen, uitzendend vanuit hun afgelegen zender in Dallas.
Voordat KDIA ophield met zenden, werden er een paar reclames voor een ander radiostation uitgezonden, KLBX. Deze reclames spoorden alle KDIA-luisteraars aan over te stappen naar KLBX, omdat deze zender vergelijkbare programma's had.
Wat ze er niet bij vertelden was dat KLBX eigendom is van Disney. Dit voelde aan als een dolk in mijn rug. Ik wilde terugvechten, Disney van haar voetstuk trekken door haar valsheid aan te tonen. En de enige manier is het verspreiden van FM zenders onder de bevolking. Geef ze antenne's. Geef ze microfoons. Geef ze een stem, zodat de valse, hoge stem van Disney en haar handlangers uitgerookt wordt door hun collectieve schreeuw.