Wintertuin Grand Hotel Krasnapolsky (1879/80)
De wintertuin van café-restaurant Krasnapolsky - toen nog geen hotel en nog gesitueerd aan de Warmoesstraat - werd in 1879 ontworpen door architect G.B. Salm. De wintertuin was onderdeel van een grootscheepse verbouwing die het succesvolle restaurant meer cachet moest geven. De grote zaal werd overspannen door een hoge glazen kap, gedragen door een ijzeren dakconstructie met ranke gietijzeren kolommen. Het bouwwerk van glas, hout en ijzer, waarbij de constructie tevens als decoratief element geldt, was iets nieuws aan het eind van de 19de eeuw in de Nederlandse bouwkunst.
Wintertuin
|
In grote tegenstelling tot de smalle, donkere en vervuilde stegen van het hart van de oude binnenstad vond de bezoeker hier een klein paradijs van planten, bloemen en daglicht. 's Avonds werd de ruimte verlicht door zo'n 4000 gaspitten. Langs de hoger gelegen galerijen waren door A. Graux op linnen tropische landschappen geschilderd met trompe-l’oeuil effecten. In combinatie met echte palmen ademde de ruimte zodoende de rustieke sfeer van een botanische stadstuin.
Eind 1989 werd onder leiding van architect M. Grothausen een begin gemaakt met de restauratie van de wintertuin. In de loop der jaren was de tuin volledig veranderd; draperieën en bloemetjesbehang bedekten de muurschilderingen en grote delen van de gietijzeren kolommen. De zaal was met voorzetwanden ingekort en het plafond gedeeltelijk verlaagd. De schilderingen van Tetar van Elven op de korte wanden onder de kap waren aan het oog onttrokken. Van de originele wandschilderingen boven de galerijen bleek niet veel meer over te zijn dan gescheurde stukken linnen, die niet meer te redden waren.
Schilderes C. van der Donk kreeg de opdracht om de vlakken tussen de spanten opnieuw te decoreren. De boogschilderingen van Van Elven werden schoongemaakt en gedoubleerd. Boven de ingang prijkt weer in originele kleurstelling het wapen van Nederland, geflankeerd door personificaties van kunsten en wetenschap. Aan de andere kant van de zaal is weer het wapen van Amsterdam te zien, geflankeerd door personificaties van handel en wetenschap. Tijdens de restauratie zijn alle smeedijzeren spanten, die per stuk 1800 kilo wegen, gedemonteerd, gestraald en opnieuw in de originele kleur groen geschilderd. Onder de niet-brandwerend beklede kap is een sprinklerinstallatie aangebracht en in het glazen zadeldak bevinden zich zogeheten brandluiken.
Vanaf 1882 werd de wintertuin verlicht door zeer modern elektrisch licht, in een tijd waarin de stad nog voornamelijk verlicht werd door gaslicht. Hiervoor was speciaal een elektriciteitscentrale gebouwd op het binnenterrein achter Krasnapolsky. Dit binnenterrein is thans te bereiken vanuit de Pijlsteeg. Hier zijn overigens ook een aantal gaslantaarns uit 1883 te zien: de kroonlantaarn. Het zijn replica's door Stadsherstel geplaatst, maar ze branden wel op gaslicht.
De wintertuin behoort tot de 200 nieuwe rijksmonumenten.
2003-07-11 Bureau Monumenten & Archeologie (BMA)