Burgemeester en Wethouders Postbus 202 1000 AE Amsterdam Amsterdam, 9 juni 2000 Inzake onderzoeksrapport Ad Hoc Uw referentie: 00/6326 Geachte dames en heren, Per brief van 8 juni hebt u laten weten dat u niet op ons verzoek tot openbaarmaking van het onderzoeksrapport over Ad Hoc wilt ingaan. Hiertegen wil ik, namens de bewoners van het blok N-41, bezwaar maken op twee gronden: 1. Het onderzoeksrapport, dat nu conceptrapport wordt genoemd, was tot de week van 22 mei 1999 een definitief rapport, dat openbaar zou worden gemaakt. Pas onder dreiging van een door Ad Hoc aangespannen kort geding, dat zou dienen op vrijdag 26 mei om 9.30 uur, heeft de gemeente besloten het rapport in te trekken. Nog op dinsdag 23 mei zou het kort geding op de 26e mei gewoon plaatsvinden. Na 23 mei is het kort geding ingetrokken omdat de gemeente had toegegeven aan de eis van Ad Hoc tot intrekking. Pas toen heeft de gemeente het rapport bestempeld tot "concept". Dit is duidelijk een noodgreep geweest waartoe men is overgegaan onder druk van een kort geding. Art. 11 lid 1 WOB kan daarom niet van toepassing zijn. 2. Onze cliënten worden door het feit dat het rapport op z'n hoogst pas half september openbaar gemaakt wordt, ernstig benadeeld. Onze cliënten wonen aan de Czaar Peterstraat/Conradstraat, in een blok -N41- genaamd. Zij hebben tegen 6 en 13 juni 2000 door de stichting Ad Hoc, het onderwerp van het gewraakte rapport, opzeggingen gehad van hun huurovereenkomsten. Zij wonen in een gemeentelijk slooppand, en hebben op die grond, op basis van art. 1623a lid 1 BW in principe geen huurbescherming. Maar aan de contractuele zorgvuldigheid van de gemeente worden dan hoge eisen gesteld, vgl. -in een andere zaak- Hof Amsterdam, 7-11-1979, Prg 1981, 1566. Bovendien is deze uitzonderingsbepaling in de wet opgenomen omdat de gemeente geacht wordt het beste te kunnen beoordelen hoe zaken met betrekking tot slooppanden moeten worden geregeld. Het is daarom in strijd met de ratio van de opneming van de uitzonderingsbepaling als de gemeente die zaken delegeert naar een beheerburo dat de huur van de slooppanden op onredelijke en onbehoorlijke wijze aanpakt. Er zijn, op basis van de huurcontracten van de bewoners, al een aantal redenen om te menen dat deze stichting optreedt als een erg slechte verhuurster. Het onderzoeksrapport zou hieraan zeker nog een aantal redenen toevoegen. Een ontruiming van de bewoners in kort geding zal op korte termijn plaatsvinden. Tegenover de president moet het verweer worden gevoerd dat het in strijd zou zijn met de redelijkheid en de billijkheid en met de ratio achter het opnemen in het BW van de genoemde uitzonderingsbepaling van art. 1623a lid 1 BW als de gemeente zich hierop zou beroepen. De belangen van de bewoners bij openbaarmaking moeten daarom zwaarder wegen dan die van de stichting Ad Hoc bij niet openbaarmaking. Een beroep op art. 10 lid 1 sub g WOB kan de gemeente Amsterdam niet kan baten. De bewoners hebben een groot en ook spoedeisend belang om inzage in het onderzoeksrapport te hebben. Zij kunnen hiervoor niet wachten tot half september. Namens de bewoners maak ik daarom bezwaar tegen de afwijzing van het verzoek om openbaarmaking van het rapport. Aan de president van de rechtbank zal in voorlopige voorziening om openbaarmaking worden gevraagd. Hoogachtend, P. Commandeur Huurspreekuur wijkcentrum d'Oude Stadt