Hieronder het verhaal van de bewoner
Pleitnotitie bezwaarschriftencommissie 6 maart 2007
de plannen en tekeningen
De bezwaren tegen de behelsde verandering van het pand en de telortkomingen in de ingediende tekeningen zijn in deze commissie als een uitgebreid
aan bod gekomen. Gezien het feit datr deze commissie tot heden geen inhoudelijke uitsprak heeft gedaan, wil ik toch in grote lijnen herhalen waar
het na ons inzien misgaat:
Door de geplande ingrepen, met name het dichtmetselen van de helft van de lichthof wordt het architectonische ensemble van de panden 22-32 ernstig
verstoord
Door de zelfde geplande ingreep komt het woongenot van de buren op nummer 26, eveneens bezwaarden, in het gedrang. Hier moet nog opgemerkt worden
dat volgens de plannen ipv de lichthof ter zijde van nr 28 de badkamers zouden moeten komen, die dan overblijvende lichthof ter zijde van n 26 als
ventilatie gebruiken. Als nr 26 dan ooit op een soortgelijke manier verbouwd moet worden, waarheen moet dan geventileerd?
De ingediende bouwplannen zijn van slechte kwaliteit, en geven onvoldoende hoe een zo diepgaande ingreep als het dichtmetselen van de lichthof te
wege gebracht moet worden, met name wat het weghalen en heropbouwen voor de stabiliteit van het pand belangrijke dragende muren een balken
betreft. Een tekening van nieuwe en oude balklaag ontbreekt dan ook volledig.
OP gevaar van herhaling: al in al onstaat bij ons de indruk dat deze tekeningen nooit bedoelt waren of zijn om uitgevoerd te worden, maar net als
de bijhorende vergunning eigenlijk op het verkrijgen van een ander rechtsgoed mikken, namelijk een ontruiming van de tegenwordige bewoners en een
daarmee verbonden hogere hypotheken voor het pand. Het dagelijks bestuur is via de verschillenen bezwaar procedures, vie een raadsadres, via
indpreekbeurten bij de commissie wonen en in directe gesprekken herhaaldelijk erop gewezen. Ondanks alle perikelen over de inmiddels tweede voldeng
dezelfde tekeningen verleende vergunning, een intrekking via de wet BIBOB incluus, is deze aspect nooit ter sprake gekomen. Vooral vanuit het
oogpunt van de integriteit van de diverse formele aanvraagers en het netwerk achterhun is zo een opzet symptomatisch.
het BIBOB verhaal
Dat laaste keer dat we hier over een vergunning volgens dezelfde tekeningen, en met dezelfde personen als gegaadigden door deze commissie werden
gehoord , ging het over een bezwaar van ondermeer de zogenaamd voormalige en de zogenaamd nieuwe eigenaren tegen een besluit van het stadsdeel om
deze vergunning in te trekken volgens de wet BIBOB. Wij hebben hier toen betoogd dat twijfels aan de integriteit van dhr McCarthy terecht waren
en dat de Koch, Segaar, Van de laar en Klomp na ons inzien als stromannen voor McCarthy optreden om de uitwerking van de wet BIBOB te
omzeilen.
Deze commissie heeft in niet mis te verstaan taal toen geadviseerd dat de vergunning in kwestie ingetrokken moest blijven, een advies die het
stadsdeel ook is gevolgd. De aanvragers hebben zich daarbij niet neergelegd en op 11 Augustus beroep tegen dit besluit aangetekent. Het is dus aan
de bestuurrechter om de hele strekking van het advies van de commissie te toetsen. Wij en andere bezwaarden hebben zich uiteraard gevoegd aan deze
procedure. Tot heden is geen zittingsdatum bekend.
Tergelijkertijd hebben de zogenaamd nieuwe eigenbaars een nieuwe vergunning aangevraagd, uiteraard op basis van dezelfde tekeningen en met dezelfde
bouwkundige. Voor dit geval heeft deze commissie geadviseerd alsnog de integriteit van de aanvragers volgens de wet BIBOB te toetsen. Sinds de
aanvraag voor de vergunning in april 2006 hebben wij het stadsdeel met klem op het feit gewezen dat zowel de oude en de nieuwe eigenaars
onderdeel zijn van een zakkelijk netwerk. Wat de onderlinge verhoudingen betreft verwijs ik op het rapport 'Waar stro is' dat ook tussen de stukken
zit. Daar is met name aangetoond dat dhr McCarthy client was van Pepijn Koch accountantskatoor tijdens en na de onderhandse verkoop van het pand.
In september 2006 heeft dhr Koch dan ook de eer aan zichzelf gehouden en zijn kwart van het pand aan de andere eigenaars verkocht en dan zonder een
cent winst. Wat de financering van het pand betreft, is echter niets verandert. Er last no steeds een hypotheek van inmiddels 700.000 euro op het
pand die medeeigenaar Segaar aan zich zelf en aan Klomp en Van de Laar verstekt. Ook heeft Koch zijn verdere zakkelijke verbindingen met Segaar ,
Klomp en Van de Laar niet verbroken. De heren zijn of direct of via bedrijven in hun bezit samen eigenaars van vastgoed in haarlem. Koch en Segaar
hebben zelfs samen een nieuwe BV opgericht: PPG real estate developpers.
Op 5 october 2006 is dan deze, de onderhavige, vergunning, verleend. Op alle in de zienswijzes en inspreekbeurten verwezen feiten werd echter maar
lapidaar gereageerd: 'dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt door indieners van zienswijzes dat de huidige aanvrager enige relatie heeft met de
huidige aanvrager welke zou moeten leiden tot een BIBOB onderzoek' staat in het besluit tot verlening te lezen. Dat de aannemelijkheid van de
stellingen in de zienswijzes in iedere geval niet door het dagelijks bestuur in personae getoest zijn, word al uit de uitspraken van de wethouder
duidelijk, die desgevraagd 'in dit politiek gevoelig dossier door de ambtenaren gepasseerd' te zijn.
Andere overheden, en dan met name het OM hebben inmiddels echter niet liggen te slapen. Op 25 januari jongsleden begon met een proformazitting een
uitgebreide strafrechtszaak tegen McCarthy, zijn boekhouder Jan van de Elshout en 15 andere verdachten. Het gaat op valsheid in geschrifte en fraude
in verband met pyramidespeelachtige hypotekenconstructie met ondermeer de pretoriusstraat 28 en de riviervismarkt in haarlem. Zoals eerder hier
gedocumenteerd zijn Koch , Segaar, Klomp en Van de Laar nu de eigenaars van de Riviervismarkt. Klomp trouwens pas sinds ... . Daarvoor was Van den
Elshout in bezit van een kwart van het pand. Uit getuigenverhoren blijkt ter zitting blijkt dat Koch met McCarthy en Elshout ruim 10 jaar zakelijke
banden heeft en Koch als accountant de balansen verificeerde voor GRANDMA BV, eigenaresse van de pretoriusstraat 28 van 1996 to 1998. De balansen
waren dan opgemaakt door Van de Elshout als boekhouder en de directeur van Grandma BV was Marthy zelf. Dat ook Segaar bij het umveld hoord werd
duidelijk uit het feit dat hij net als Koch als getuige is opgeroepen in de strafzaak.
Er is trouwens inmiddels wel actie genomen door het dagelijks bestuur, met name is zowel het amsterdamse als het landelijke bureau BIBOB
ingeschakeld om de zaak nader te onderzoeken. Toen wij het dagelijks bestuur hebben geinformeerd dat er strafzaak bezig is, moesten wij met
verbazing vaststellen dat men daar niet eerder ervan had gehoord. Ook niet bij het amsterdams bureau BIBOB kennelijk. Wij begrijpen dat het
landelijke bureau nu ermee bezig is en hopen dat daar wat grondiger te werke word gegaan.
Het feit dat ernu wel degelijk een BIBOB onderzoek bezig is, strookt dan totaal niet met de motivering van de verlening van de vergunning. Als
het DB op een zo belangrijke punt op de worden van haar besluit terugkomt, impliceert dat, dat het besluit in eerste instantie ten onrechte is
genommen, en de vergunning onmiddelijk moet worden ingetrokken.
de procedurele bezwaren
Feitelijk heeft het stadsdeel in soortgelijke situaties tegenstrijdige besluiten genomen. Terwijl de gegadigden in een bezwaarprocedure
verteld is dan een ingetrokken vergunning niet hersteld word omdat men de zaak niet vetrouwt, verleend het stadsdeel aan dezelfde gegadigden een
nieuwe vergunning met exact dezelfde inhoud. Tegen beide besluiten lopen inmiddels procedures, waarbij de stellingen van zowel de gegaadigden als de
bezwaarden onverandert blijven. Het stadsdeel ertegen moet straks bij dezelfde commssie en de zelfde betuursrechter tegenstrijge besluiten
verdedigen.
Dat soort kronkels is de wetgever met de Algemene wet bestuursrecht voor. Na de intrekking of wijziging mag het bestuursorgaan, zolang het bezwaar
of beroep aanhangig blijft, geen besluit nemen waarvan de inhoud of strekking met het oorspronkelijke besluit overeenstemt, tenzij gewijzigde
omstandigheden dit rechtvaardigen en het bestuursorgaan daartoe los van het bezwaar of beroep ook bevoegd zou zijn geweest. De twede vergunning had
dus nooit verleend mogen worden, en het is nu aan de bestuurrechter in hoger beroep om alle omstandigheden te toetsen.
Alle producties uit de bezwaarproceedure van tegen de intrekking van een eerdere vergunning in april 2006 zijn hier meegenomen en hier te vinden
Daarboven is ook het rapport Waar stro is_web als productie ingediend